Het werd al donker toen we eindelijk in Rio Dulce aankwamen. Toch vonden we snel een hotelkamer. We lieten onze bagage achter en zochten direct een eetplaats. We belandden in een kleine comedor vlakbij het hotel en genoten van de eerste degelijke maaltijd van de dag, kip en vis met rijst.
Rio Dulce was vooral de startplaats voor een boottocht naar Livingston, toch besloten we hier een dagje mee te wachten en we verkenden de noordzijde van het grote meer vlakbij de stad, Lago Izabal. We sprongen op een lokale bus en stapten na een uurtje af bij een Boqueron. We wisten eigenlijk niet goed wat er juist te beleven of te zien was. We wandelden naar een kleine rivier, maar er bleek niemand in de buurt te zijn. Gelukkig kwam er na een paar minuten een man aan op z'n fiets die ons aanbood om met een uitgeholde boomstam op de rivier te varen. De tocht bracht ons door een prachtige ravijn. Na twintig minuutjes varen, meerde de boot aan en klauterden we op de oever. We zwommen in het frisse water en in plaats van met het bootje terug te keren, zwommen we stroomafwaarts naar de uitgang.
We stonden in de hitte op de bus te wachten, toen een airco jeep ons een lift aanbood. Een lokale dierenarts bracht ons terug naar Rio Dulce. Zo hadden we nog genoeg tijd over om ook het Castillo de San Felipe te bezoeken. Dit kleine fort lag in een klein parkje en had een prachtig zicht over het grote meer, een goede afsluiter van de dag.
De dag nadien namen we de boot naar Livingston. Deze bracht ons via de rivier naar de Carraibische Zee . Er waren enkele 'toeristische' stopplaatsen op de tocht, maar geen enkel was echt de moeite waard en na een goed uur arriveerden we in het haventje van Livingston.









Is there offensive content on this page? 
CommentsAdd